Vruchtbaarheidsonderzoek

Hieronder staan de meest voorkomende oorzaken van (on)vruchtbaarheid, voor uitgebreide informatie zie de Nederlandse gynaecologensite.


Mannelijke vruchtbaarheid:
U dient alvorens met inseminatie te beginnen, een sperma onderzoek te laten verrichten. Hierna vraagt u een rapport aan uw arts.
Wanneer is het sperma van goede kwaliteit?
De meeste laboratoria werken volgens de WHO (World Health Organisation) richtlijnen.
 

Normaalwaarden sperma onderzoek:
Concentratie Meer dan 15 miljoen per milliliter
Totale aantal Meer dan 39 miljoen per ejaculaat
Progressief beweeglijk (Motiliteit) Meer dan 32%
VCM Meer dan 9 miljoen per ejeculaat
Sperma antistoffen (MAR-test) Minder dan 50%

 

Dit zijn de belangrijkste bepalingen van het spermaonderzoek.
VCM = Volume X Concentratie X %Motiliteit, kortom dit is het totaal aantal goed beweeglijke zaadcellen in het gehele sperma monster(ejaculaat).
Mocht u onder 1 of meerdere waarden zitten wil dat nog niet meteen zeggen dat u onvruchtbaar bent.
Heeft u in de afgelopen 3 maanden flinke koorts gehad? Dit tast 2-3 maanden lang de kwaliteit van het sperma aan, in dit geval dient u 3 maanden na de koorts het onderzoek te herhalen.
Sauna bezoek of extreem warm baden heeft vergelijkbare effecten.
Wanneer een uitslag een verminderde kwaliteit van het sperma aangeeft, dient het onderzoek herhaald te worden.

Verminderde kwaliteit van het sperma.
Indien u tot twee maal toe minder dan 10 miljoen zaadcellen per milliliter en/of de motiliteit minder dan 20% is, heeft uw sperma een verminderd bevruchtend vermogen.
Het is verstandig om dan via de huisarts informatie te verkrijgen en wellicht een doorverwijzing naar gynaecoloog/androloog te krijgen voor verder onderzoek en/of behandeling.

Circa 5% heeft sperma antistoffen.
Indien meer dan 50% geklonterd (positief) is, daalt het bevruchtend vermogen van het sperma aanzienlijk en is het raadzaam om het medische circuit op te zoeken. Het sperma kan dan namelijk in een speciaal soort wasmeduim worden opgevangen die de activiteit van de antistoffen verminderd voordat het geïnsemineerd wordt, dit kan niet met zelfinseminatie.

Vrouwelijke vruchtbaarheid:
Er zijn een aantal redenen te noemen wanneer een vrouw een verhoogd risico heeft op een verminderde vruchtbaarheid.

U dient een vrij regelmatige menstruatie cyclus te hebben. Hormonale afwijkingen kunnen voor verminderde of onvruchtbaarheid zorgen.
Wanneer u een geslachtsziekte heeft of heeft gehad, kan dit de vruchtbaarheid aantasten.
Bij sommige geslachtziekten kunnen de eileiders verkleven. Hierdoor is het niet/nauwelijks mogelijk dat een zaadcel de eicel kan bereiken. Eén van de geslachtziekten die hierom bekend staat is Chlamydia.
Ook wanneer u een operatie in uw buikstreek heeft gehad kan het voorkomen dat de eileiders hierdoor kunnen verkleven.
In bovenstaande gevallen is het bij onbebrepen uitblijven van een zwangerschap verstandig om een onderzoek op de doorgangkelijkheid van de eileiders te laten uitvoeren.
Meer info over dit onderzoek vind u hier op de nederlandse gynaecologen site.
Het slijm in de vagina kan zuurder zijn dan normaal, hierdoor kunnen zaadcellen moeilijker overleven.
Het kan ook voorkomen dat het vaginaalslijm rond de baarmoedermond anders van samenstelling kan zijn dan normaal, dit komt minder vaak voor. Hierdoor is het voor de zaadcellen moeilijker om door het slijm heen te zwemmen.
Endometriose heeft een negatief effect op de vruchtbaarheid.
Leeftijd: Vanaf 35 jaar begint de vruchtbaarheid bij de vrouw af te nemen. De eierstokken verouderen, het aantal en de kwaliteit van de eicellen loopt terug.

Grafiek vruchtbaarheid na IUI behandeling.

Bron: www.nvog.nl